ADHD

ADHD staat voor ‘attention deficit hyperactivity disorder’. In het Nederlands spreekt men wel van ‘aandachtstekortstoornis met hyperactiviteit’. Kenmerkend voor ADHD zijn onoplettendheid (aandacht tekort), impulsiviteit, leermoeilijkheden en hyperactiviteit. De symptomen beginnen in de kindertijd en werken veelal belemmerend bij het dagelijks maatschappelijk functioneren.

 

ADHD is een omstreden stoornis omdat de symptomen in meer of mindere mate bij de meeste mensen voorkomen, de mate waarin het gedrag normaal functioneren belemmert afhankelijk is van wat in een samenleving als normaal wordt verondersteld en omdat er voor de symptomen geen eenduidige oorzaak aan te wijzen is.

 

Verschillende vormen van ADHD
Het diagnostisch handboek voor psychiaters, de DSM-5 (Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders) geeft aan dat er verschillende verschijningsvormen van ADHD zijn. De voorgaande versie van de DSM, de DSM-IV, maakte nog een onderscheid in drie subtypen:

 

Het overwegend onoplettende type: hierbij is er vooral sprake van een ernstig en aanhoudend aandachtstekort. Dit type wordt ook wel ‘aandachtstekortstoornis’ of ADD (attention deficit disorder) genoemd.

 

Het overwegend hyperactieve, impulsieve type: hierbij is er vooral sprake van ernstige en aanhoudende impulsiviteit en hyperactiviteit.

 

Het gecombineerde type: hierbij is zowel sprake van een ernstig en aanhoudend tekort aan aandacht als van ernstige en aanhoudende impulsiviteit en hyperactiviteit. Dit is de meest voorkomende vorm van ADHD.

In de DSM-5 is er geen sprake meer van subtypen, maar van specificaties van het klinische beeld die min of meer op hetzelfde neerkomen.

 

Het is onduidelijk wat ADHD precies veroorzaakt en in stand houdt. Wel is bekend dat erfelijkheid een grote rol speelt, en dat er neurologische afwijkingen aan ten grondslag liggen, zoals veranderde hersenactiviteit. Daarnaast is er een aantal factoren die de individuele kwetsbaarheid vergroten, zoals prenatale blootstelling aan alcohol en nicotine. De omgeving heeft geen grote invloed op het ontstaan van ADHD, mogelijk wel op het voortbestaan ervan.